ECLI:NL:CRVB:2008:BF2434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadres en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf een woonadres op bij het College van burgemeester en wethouders van Groningen. Na een onderzoek, waaronder een verklaring van appellante en een huisbezoek, stelde het College vast dat zij niet woonachtig was op het opgegeven adres. Op basis hiervan trok het College de bijstand in met ingang van 9 november 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel woonachtig was op het opgegeven adres en dat het besluit onzorgvuldig was genomen. De Raad oordeelde dat de verklaring van appellante, waarin zij aangaf het grootste deel van de week elders te verblijven, en de bevindingen van het huisbezoek voldoende grondslag boden voor het besluit van het College.
De Raad verwierp het verweer dat appellante niet aan haar verklaring gehouden kon worden, omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die dat rechtvaardigden. Ook concludeerde de Raad dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet-wonen op het opgegeven adres wordt bevestigd.