ECLI:NL:CRVB:2008:BF4002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging terugwerkende oplegging hoge eigen bijdrage AWBZ wegens schending rechtszekerheidsbeginsel
Betrokkene was vanaf april 2003 opgenomen in een verpleeghuis en kreeg van het Zorgkantoor meerdere besluiten over de verschuldigde eigen bijdrage op grond van het Bijdragebesluit zorg (Bbz). In januari 2004 werd een lage eigen bijdrage vastgesteld, maar in februari 2005 volgde een besluit waarin een hoge eigen bijdrage met terugwerkende kracht werd opgelegd. Betrokkene en haar erven maakten bezwaar tegen deze herziening.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van februari 2005, omdat appellante ten nadele van betrokkene was teruggekomen op een eerder vaststaand besluit, terwijl alle relevante feiten toen al bekend waren. Tevens was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat betrokkene tijdig geïnformeerd was over de hoge eigen bijdrage.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij bevoegd was om fouten te herstellen en dat betrokkene op de hoogte had moeten zijn van de wijziging, mede door verstrekte informatie via brochures en gesprekken. De erven betwistten dit en stelden dat geen geschikte informatie was verstrekt.
De Raad oordeelde dat betrokkene het besluit van januari 2004 mocht beschouwen als definitief en dat onvoldoende is gebleken dat zij of haar familie tijdig en op geschikte wijze geïnformeerd zijn over de hoge eigen bijdrage. De terugwerkende kracht van 14 maanden is daarmee in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en appellante wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de terugwerkende oplegging van de hoge eigen bijdrage in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en veroordeelt appellante tot proceskostenvergoeding.