ECLI:NL:CRVB:2008:BD9312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit eigen bijdrage AWBZ wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Appellanten, erven van een overleden AWBZ-cliënt, stelden beroep in tegen besluiten van CZ over de eigen bijdrage voor verblijf in een verpleeghuis. CZ had de eigen bijdrage aanvankelijk laag vastgesteld, maar later met terugwerkende kracht verhoogd tot een aanzienlijk hoger bedrag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellanten redelijkerwijs op de hoogte hadden kunnen zijn van de verhoging.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat CZ fouten had gemaakt in de besluitvorming en dat appellanten niet adequaat waren geïnformeerd over de verhoging. De Raad oordeelde dat appellanten de beschikking van 5 mei 2004 mochten opvatten als definitieve vaststelling van de hoge bijdrage, waardoor de terugwerkende kracht van de verhoging in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat CZ een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad CZ in de proceskosten van appellanten en bepaalde vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van CZ tot vaststelling van de eigen bijdrage met terugwerkende kracht wordt vernietigd en CZ moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.