ECLI:NL:CRVB:2008:BF4846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beperking intrekking bijstand tot januari en februari 2006 wegens onjuiste motivering
Appellant ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB), die met ingang van 1 februari 2006 werd opgeschort. Het College van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer trok de bijstand per 1 januari 2006 in en vorderde terugbetaling van de kosten over januari 2006. Dit vanwege het niet melden van financiële ondersteuning door derden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het College de intrekking niet had beperkt tot een bepaalde periode en dat de beoordeling zich moest richten op de periode 1 januari tot en met 23 maart 2006. De Raad oordeelde dat de ontvangen bedragen van derden als inkomen moesten worden beschouwd en dat appellant hierdoor geen recht had op bijstand in januari en februari 2006.
De Raad vond echter dat het College onterecht de intrekking over maart 2006 baseerde op een schending van de inlichtingenverplichting, omdat daarvoor geen feitelijke grondslag bestond. Hierdoor was het besluit over maart 2006 onvoldoende gemotiveerd en moest worden vernietigd.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond, waarbij de intrekking van de bijstand werd beperkt tot januari en februari 2006. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt beperkt tot januari en februari 2006; het besluit over maart 2006 wordt vernietigd.