ECLI:NL:CRVB:2008:BF4861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking, terugvordering en verlaging van bijstand wegens verblijf in het buitenland
Appellant ontving bijstand en was ontheven van arbeidsverplichtingen, maar moest zich wel als werkzoekende registreren. Hij verbleef gedurende meerdere periodes in het buitenland zonder dit tijdig te melden, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over die periodes en een verlaging van de bijstand wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar liet de verlaging buiten beschouwing en betrok het nadere besluit van terugvordering niet. De Raad vernietigt deze uitspraak en beoordeelt de gehele situatie opnieuw.
De Raad oordeelt dat appellant terecht is geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand op grond van de WWB, omdat hij langer dan vier weken in het buitenland verbleef zonder geldige ontheffing. De stelling van leeftijdsdiscriminatie faalt omdat appellant niet volledig ontheven was van de registratieplicht. Ook de verlaging van de bijstand is terecht vastgesteld op 25% gedurende één maand.
Het nadere besluit van terugvordering bevatte een onjuiste hoofdsom; dit besluit wordt vernietigd voor zover het bedrag is gewijzigd. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en bevestigt de intrekking, terugvordering en verlaging van bijstand met correctie van het terugvorderingsbedrag.