ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeoorloofd leeftijdsdiscriminatie bij vaststelling bijstandsnorm verblijf buitenland
Betrokkene en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de WWB. Appellant herzag de bijstand over een periode van verblijf in het buitenland en paste de norm aan van gehuwden naar alleenstaande, vanwege het onderscheid in artikel 13, vierde lid, WWB dat een kortere verblijfstermijn buiten Nederland toestaat voor personen jonger dan 57,5 jaar.
De rechtbank oordeelde dat dit leeftijdsdiscriminatie oplevert en derhalve in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). Appellant stelde in hoger beroep dat de wetswijziging van 2004 dit onderscheid rechtvaardigt, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat geen redelijke en objectieve gronden bestaan voor dit onderscheid.
De Raad bevestigde dat artikel 13, vierde lid, WWB buiten toepassing blijft wegens strijd met het discriminatieverbod, waardoor betrokkene recht heeft op bijstand volgens de norm voor gehuwden. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het leeftijdsdiscriminatoire onderscheid in artikel 13, vierde lid, WWB buiten toepassing blijft en veroordeelt appellant in de proceskosten.