ECLI:NL:CRVB:2008:BF5109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens niet-inschrijving CWI onterecht verklaard
Appellant ontvangt sinds 1978 bijstand en vroeg in 2006 een langdurigheidstoeslag aan. Het College verlaagde eerder zijn bijstand wegens het niet tijdig verlengen van zijn inschrijving bij het CWI en wees de toeslagaanvraag af omdat appellant onvoldoende had meegewerkt aan het verkrijgen van arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het beleid van het College om bij niet-inschrijving bij het CWI de toeslag te weigeren binnen redelijke beleidsgrenzen valt. Echter, appellant had een grote afstand tot de arbeidsmarkt, was ingedeeld in de minst bemiddelbare categorie en was wegens ziekte vrijgesteld van arbeidsverplichtingen tot april 2007. Hierdoor had het niet-inschrijven bij het CWI geen wezenlijke betekenis voor zijn inschakeling in arbeid.
De Raad vernietigt het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank, kent de toeslag toe over 2006 en veroordeelt het College tot betaling van wettelijke rente en proceskosten. Tevens wordt het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt vernietigd en de toeslag over 2006 wordt toegekend met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.