ECLI:NL:CRVB:2008:BF5158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende sollicitatie en fraude met sollicitatiebrieven
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en volgde een deeltijdstudie zonder ontheffing van arbeidsverplichtingen. Het College verlaagde haar bijstand meerdere malen vanwege het niet naleven van re-integratieverplichtingen en onvoldoende sollicitatie-inspanningen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de laatste verlaging ongegrond. Appellante ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat zij wel had gesolliciteerd, maar de Raad stelde vast dat de meeste sollicitatiebrieven niet waren verzonden en dat de overige sollicitaties onvoldoende waren onderbouwd.
De Raad oordeelde dat appellante de verplichting om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden had geschonden en dat sprake was van recidive en zeer ernstig verwijtbaar gedrag door het overleggen van valse sollicitatiebrieven. Op grond van de Afstemmingsverordening was de verlaging van de bijstand terecht en proportioneel.
Er waren geen dringende redenen die het College konden verplichten af te zien van de verlaging. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand met 80% gedurende één maand wegens onvoldoende sollicitatie en fraude.