ECLI:NL:CRVB:2008:BF7589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekeningen en vermogen
Appellante ontving van 1975 tot 2002 bijstand en ouderdomspensioen. Na informatie van de Belastingdienst over niet opgegeven bankrekeningen stelde het College een onderzoek in en trok de bijstand over diverse perioden in wegens overschrijding van de vermogensgrens en onduidelijkheid over het recht op bijstand.
Appellante voerde aan dat de bankrekeningen toebehoorden aan haar in het Verenigd Koninkrijk wonende zoon en dat er sprake was van schulden, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Raad stelde vast dat het tegoed op de rekeningen onderdeel was van haar vermogen en dat de stortingen en mutaties niet konden worden toegeschreven aan haar zoon.
De Raad oordeelde dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd, dat de beleidsregel omtrent terugvordering niet onredelijk was toegepast, en dat de besluiten niet in strijd waren met het rechtszekerheidsbeginsel. Het beroep van appellante werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellante worden bevestigd wegens het niet opgeven van bankrekeningen en overschrijding van de vermogensgrens.