ECLI:NL:CRVB:2008:BF7920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellant meldde zich arbeidsongeschikt met spannings- en maagklachten en kreeg een WAO-uitkering geweigerd omdat het UWV het verlies aan verdienvermogen op minder dan 15% stelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit ondeugdelijk was, onder meer vanwege het gebruik van het Schattingsbesluit 2004 en onvoldoende motivering van specifieke functies. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was, maar dat het besluit pas met de aanvullende arbeidskundige rapporten een deugdelijke grondslag kreeg.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit geheel in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.