ECLI:NL:CRVB:2008:BF8923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 1 januari 2006, omdat zij meent meer beperkingen te hebben dan het UWV heeft vastgesteld. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd en dat de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad concludeert dat de medische rapportages, waaronder die van verzekeringsartsen en een neuropsychologisch onderzoek, geen aanleiding geven tot twijfel over de juistheid van de vastgestelde beperkingen. De Raad acht het aannemelijk dat appellante niet volledig arbeidsongeschikt is en dat zij in staat is om 20 uur per week te werken, hetgeen voldoende is om haar maatmaninkomen te verdienen.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 oktober 2008.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is en 20 uur per week kan werken.