ECLI:NL:CRVB:2008:BF9017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale keuze en arbeidsinkomsten bij verhuur panden in WAZ-uitkering
Betrokkene verhuurt twee panden aan vennootschappen waarin zij als stille vennoot participeert. Zij ontving een WAZ-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellant stelde dat de huurinkomsten als inkomsten uit arbeid moesten worden aangemerkt, omdat betrokkene deze bij de fiscus als winst uit onderneming had opgegeven. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat onvoldoende aannemelijk was dat betrokkene arbeid had verricht en vernietigde de besluiten van appellant.
In hoger beroep stelde appellant dat de fiscale keuze doorslaggevend is en dat betrokkene wel arbeid heeft verricht door beheers- en beleidsbeslissingen. Betrokkene betwistte dit en stelde dat alleen haar zoons als beherend vennoten de panden beheren. De Raad stelde vast dat volgens vaste jurisprudentie de fiscale keuze in beginsel leidend is, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De Raad concludeerde dat betrokkene de huurinkomsten terecht als winst uit onderneming had opgegeven en dat geen bijzondere omstandigheden waren die hiervan afweken. Ook de beperkte arbeidsinbreng was geen uitzondering. De geclaimde arbeidskorting was niet onterecht geaccepteerd. De Raad vernietigde de eerdere uitspraken en verklaarde de beroepen ongegrond, waardoor de besluiten van appellant stand houden.
Uitkomst: De beroepen tegen de bestreden besluiten worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.