ECLI:NL:CRVB:2008:BF9527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na onvoldoende rekening houden met psychische klachten
Appellante stelde in hoger beroep dat bij de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische klachten, waaronder angstklachten en een verstoorde rouwreactie. Ter onderbouwing overlegde zij een brief van haar psychiater.
De Raad oordeelde dat deze brief geen nieuwe objectieve medische gegevens bevatte die het eerdere oordeel van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts van het UWV konden weerleggen. De Raad stelde vast dat ook in het eerdere onderzoek al rekening was gehouden met een verminderde psychische belastbaarheid.
Tijdens de zitting verduidelijkte het UWV dat bepaalde beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst 'verstopte' beperkingen betreffen, en lichtte toe waarom appellante toch in staat werd geacht specifieke functies te vervullen. Deze aanvullende toelichting, die pas in hoger beroep werd gegeven, leidde tot vernietiging van het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven echter ongewijzigd. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep, alsmede tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.