ECLI:NL:CRVB:2008:BG0983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende beperkingen hand- en vingergebruik
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid, per 20 februari 2006 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de beperkingen weliswaar aanwezig waren, maar onvoldoende om de volledige WAO-uitkering te rechtvaardigen.
In hoger beroep stelde appellant dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) onzorgvuldig was opgesteld, met name met betrekking tot beperkingen in hand- en vingergebruik door psoriasis. De Raad oordeelde dat met de in hoger beroep overgelegde medische en arbeidskundige rapportages nu wel een voldoende inzichtelijke, toetsbare en verifieerbare onderbouwing was gegeven.
De bezwaarverzekeringsarts had in een aanvullende rapportage gemotiveerd waarom geen beperkingen op hand- en vingergebruik waren aangenomen en erkende enkele verborgen beperkingen, die echter geen invloed hadden op de uitkomst van de arbeidsongeschiktheidsschatting. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.