ECLI:NL:CRVB:2008:BG1725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering met in stand blijvende rechtsgevolgen ondanks vernietiging besluit
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 2 december 2004 waarbij haar WAO-uitkering werd herzien van 25-35% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de medische onderzoeken onvolledig waren, met name ten aanzien van psychopathologie en psychische belastbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische argumenten in hoger beroep geen nieuwe gezichtspunten bevatten en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de beschikbare medische gegevens voldoende waren. De arbeidskundige rapportage die in hoger beroep werd overgelegd, gaf echter een noodzakelijke toelichting op de functies en signaleringen, waardoor het besluit beter onderbouwd werd.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het beroep gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van appellante en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.