ECLI:NL:CRVB:2008:BG1747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing overname provisie en rentekosten bij faillissement werkgever
Appellant was in dienst bij een werkgever die in 2006 failliet werd verklaard. Het UWV nam op grond van de Werkloosheidswet (WW) enkele verplichtingen van de werkgever over, waaronder een deel van de provisie en kosten voor het faillissementsaanvraag. Appellant maakte bezwaar tegen de beperkte overname van provisie en de afwijzing van vergoeding van rentekosten van een kredietrekening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV slechts gehouden was de provisie over te nemen die was opgebouwd in de periode waarover de verplichtingen werden overgenomen. De vergoeding van faillissementskosten werd geaccepteerd, maar de rentekosten werden afgewezen omdat deze niet tot het loon behoren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het UWV niet bevoegd is om in afwijking van de dwingende bepalingen van de WW meer provisie over te nemen. Ook was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die dit zouden rechtvaardigen. De rentekosten vielen niet onder de vergoeding op grond van de WW. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd waarbij slechts provisie binnen de wettelijke termijn wordt overgenomen en rentekosten niet worden vergoed.