ECLI:NL:CRVB:2008:BG1905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Weigering tegemoetkoming onderwijsbijdrage wegens niet-wettelijke vertegenwoordiging en hoog inkomen
Appellant vroeg namens zijn kleinzoon een tegemoetkoming aan op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) voor het schooljaar 2006-2007. De aanvraag werd geweigerd omdat appellant niet de wettelijke vertegenwoordiger is en het gezamenlijke inkomen te hoog is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in met het argument dat zijn kleinzoon als zelfstandig subject moet worden beschouwd en dat het onredelijk is het inkomen van appellant mee te wegen. De IB-Groep handhaafde de weigering en stelde dat strikte toepassing van artikel 1.3 WTOS niet tot onbillijkheid leidt.
De Raad overwoog dat artikel 1.3 WTOS strikt grammaticaal moet worden uitgelegd en dat alleen natuurlijke personen die tot de drie genoemde categorieën behoren een aanvraag kunnen doen. De hardheidsclausule kon niet worden toegepast omdat de wetgever dit niet beoogde. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de tegemoetkoming wegens het ontbreken van wettelijke vertegenwoordiging en een te hoog inkomen.