ECLI:NL:CRVB:2008:BG1911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens verlies vertrouwen door verzwijging schuld en strafrechtelijke veroordeling
Appellant was werkzaam als baliemedewerker bij een geldtransactiekantoor en had een omvangrijke schuld van ruim €180.000, die hij niet aan zijn werkgever had gemeld. Tevens was hij strafrechtelijk veroordeeld wegens een overval op een voormalig werkgever. Nadat de werkgever hiervan op de hoogte kwam, verloor deze het vertrouwen in appellant, wat leidde tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die door het UWV blijvend geheel werd geweigerd wegens het verlies van vertrouwen door eigen toedoen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in, maar zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV terecht de uitkering weigerde. Het verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag deed hieraan niet af.
De Raad benadrukte dat de functie van appellant binnen het bedrijf het vertrouwen extra belangrijk maakte vanwege de omgang met grote geldbedragen en het verhoogde risico op fraude. Het niet informeren van de werkgever over de schuld en strafrechtelijke veroordeling was doorslaggevend voor het verlies van vertrouwen en het oordeel dat appellant passende arbeid door eigen toedoen had verloren.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens verlies van vertrouwen door verzwijging van schuld en strafrechtelijke veroordeling.