ECLI:NL:CRVB:2008:BG3293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op WW-uitkering wegens verlies werknemerschap freelance werkzaamheden
Appellant was sinds 1980 fulltime boekhouder bij een werkgever die in 2004 failliet ging, waarna hij een WW-uitkering kreeg gebaseerd op 38 uur per week. Naast zijn dienstverband had appellant sinds 1985 een eigen administratiekantoor als zelfstandige, met 10 uur per week werkzaamheden. Na het faillissement voerde hij daarnaast freelance werkzaamheden uit die het UWV bij elkaar optelde met zijn zelfstandige uren en concludeerde dat appellant het werknemerschap definitief had verloren voor 25,44 uur per week.
De rechtbank oordeelde dat de freelance werkzaamheden niet wezenlijk verschilden van de zelfstandige werkzaamheden en dat appellant niet als starter kon worden aangemerkt. De termijn van 26 weken voor het herkrijgen van het werknemerschap was verstreken, waardoor het recht op WW-uitkering over die uren definitief was beëindigd. Appellant stelde subsidiair dat het UWV hem niet correct had geïnformeerd, maar dit werd verworpen wegens gebrek aan ondubbelzinnige toezegging.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en bevestigde het bestreden besluit. De Raad oordeelde dat de werkzaamheden al lang voor de relevante periode werden verricht en dat de wijze van facturering geen ander oordeel rechtvaardigde. De Raad wees ook een verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het recht op WW-uitkering over 25,44 uur per week is blijvend geëindigd wegens definitief verlies van het werknemerschap.