ECLI:NL:CRVB:2008:BG3703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Onbevoegd genomen maatregel wegens niet-naleving sollicitatieverplichting bij WW- en BBWO-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van de erven van een betrokkene tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen over een maatregel wegens niet-naleving van de sollicitatieverplichting. De betrokkene had in de periode van 4 juli 2005 tot en met 6 maart 2006 onvoldoende sollicitaties verricht, waardoor het UWV een korting van 20% op zijn WW- en BBWO-uitkering oplegde.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep constateerde dat het besluit over de BBWO-uitkering onbevoegd was genomen omdat het niet namens de minister was ondertekend. Dit deel van het besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. De korting op de WW-uitkering werd bevestigd omdat de betrokkene vanaf 1 december 2004 verplicht was passende arbeid te zoeken.
De Raad oordeelde dat de betrokkene zich bewust had kunnen zijn van zijn sollicitatieplicht omdat hij aanspraak maakte op de WW-uitkering vanaf die datum. Er waren geen omstandigheden gevonden die matiging van de maatregel rechtvaardigden. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van een deel van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit over de BBWO-uitkering wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, de korting op de WW-uitkering wordt bevestigd en de rechtsgevolgen blijven in stand.