ECLI:NL:CRVB:2008:BG3966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens vermoeidheidsklachten na kanker onterecht
Betrokkene, een voormalig groepsleerkracht, kreeg in 2001 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 35-45%, na uitval door surmenage en uitputtingsverschijnselen. Eerder had zij een B-cel lymfoom ondergaan met chemotherapie en radiotherapie. In 2002 trok het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) haar uitkering in, stellende dat de vermoeidheidsklachten niet medisch objectief waren en samenhingen met psychologische factoren.
Na bezwaar en een vernietiging van het besluit door de rechtbank Almelo, waarbij werd vastgesteld dat het UWV de medische situatie onvoldoende had onderzocht, werd een onafhankelijke deskundige geraadpleegd. Deze internist-oncoloog concludeerde dat de vermoeidheidsklachten een bekend en objectief medisch fenomeen zijn bij oncologische patiënten die chemotherapie en radiotherapie hebben ondergaan. De klachten belemmeren betrokkene in haar functioneren en zijn direct terug te voeren op haar ziekte en behandeling.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze deskundigenrapportage en wijst het standpunt van het UWV af dat betrokkene volledig geschikt zou zijn voor haar werk. De Raad bevestigt de vernietiging van het bestreden besluit en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten. De intrekking van de WAO-uitkering wordt daarmee onterecht geacht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van betrokkene wordt vernietigd en de uitkering blijft gehandhaafd.