ECLI:NL:CRVB:2008:BG4277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag zonder urenbeperking
Appellant, voormalig schoonmaker, ontving sinds 1999 een WAO-uitkering. Na herbeoordeling trok het UWV de uitkering per 28 december 2004 in op basis van medische en arbeidskundige rapportages die een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vaststelden.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende onderbouwing van de passendheid van de geduide functies, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat het bezwaar van appellant ongegrond verklaarde. Appellant voerde aan dat er wel een medische urenbeperking moest gelden en dat hij niet voldeed aan de taaleis van bepaalde functies.
De Raad volgde het UWV en de rechtbank in het oordeel dat de medische rapportages geen urenbeperking rechtvaardigen en dat appellant geacht wordt schriftelijke instructies te kunnen volgen gezien zijn buitenlandse opleiding en langdurig verblijf in Nederland. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.