ECLI:NL:CRVB:2008:BG4536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding WIA-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 13 december 2006 waarin hem met ingang van 30 mei 2006 een WIA-uitkering werd geweigerd. Het bezwaarschrift werd echter pas op 6 februari 2007 ingediend, na de wettelijke termijn van 6 weken. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, hetgeen door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij het bezwaarschrift pas kon indienen nadat de verzekeringsarts de rapportage van zijn klinisch psycholoog had ontvangen, die op 5 januari 2007 werd toegezonden. Tevens stelde appellant dat hij vanwege zijn ernstige alcoholverslaving niet tijdig bezwaar kon maken en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn medische situatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat mondelinge verklaringen niet voldoen aan het schriftelijkheidsvereiste en dat appellant bekend was met de bezwaarprocedure. De Raad vond geen grond om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen, mede omdat appellant geen medische onderbouwing leverde voor zijn stelling dat zijn verslaving hem belemmerde. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.