ECLI:NL:CRVB:2008:BG4984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per datum in geding
Appellant vroeg op 15 oktober 2004 een Wajong-uitkering aan met terugwerkende kracht tot 7 oktober 1991. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant per die datum minder dan 25% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het medisch oordeel waarop het besluit is gebaseerd toetsbaar, reproduceerbaar en consistent is, ondanks dat de bezwaarverzekeringsarts appellant niet zelf onderzocht heeft. Geheugenproblemen van appellant, vastgesteld na een operatie wegens een craniopharyngeoom, zijn erkend en meegenomen in de beoordeling. Diverse psychologische en medische rapporten rondom de datum in geding ondersteunen het oordeel.
Ook de arbeidskundige beoordeling van het UWV, die rekening houdt met beperkingen in handelingstempo en samenwerken, is voldoende onderbouwd. De functies die voor appellant geschikt zijn bevonden, belasten hem niet overmatig en vragen geen groot beroep op geheugen of samenwerking. De Raad ziet geen reden om het eerdere besluit of de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en bevestigt deze.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per datum in geding.