ECLI:NL:CRVB:2008:BG5995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens het UWV niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen. De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege onvoldoende toelichting op de geschiktheid van de functies waarop de schatting van arbeidsongeschiktheid was gebaseerd.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn knie- en rugklachten zijn onderschat, dat zijn spanningsklachten onvoldoende zijn meegewogen, dat hij geen acht uur per dag kan werken vanwege startproblemen, en dat er geen sprake is van een stabiele medische situatie. De Raad overweegt dat deze klachten niet aannemelijk zijn gemaakt en dat de wet geen grond biedt voor het uitstellen van de schatting van arbeidsongeschiktheid bij een niet-stabiele medische situatie.
De Raad concludeert dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt zijn en dat appellant niet heeft aangetoond dat hij niet in staat is om acht uur per dag te werken. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, waarmee de weigering van de WIA-uitkering standhoudt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.