ECLI:NL:CRVB:2008:BG6192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herziening WAO-uitkering wegens onvolledige feiten
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die het besluit inzake de WAO-uitkering van betrokkene vernietigde en zelf in de zaak voorzag door de arbeidsongeschiktheid vast te stellen op 45 tot 55% per 19 oktober 2004.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak had voorzien, omdat niet alle relevante feiten en omstandigheden in het dossier aanwezig waren om een juiste beslissing te nemen. Dit werd onderbouwd met een rapportage van een bezwaararbeidsdeskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank niet met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht haar uitspraak in de plaats kon laten treden van het vernietigde besluit. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat appellant opnieuw moet beslissen op het bezwaar van betrokkene.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter G. van der Wiel en leden J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen, in aanwezigheid van griffier A.C. Palmboom, op 21 november 2008.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en appellant dient een nieuw besluit te nemen over het bezwaar.