ECLI:NL:CRVB:2008:BG6267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging korting WW-uitkering wegens niet tijdig verlengen registratie werkzoekende
Appellante ontving vanaf 7 april 2005 een WW-uitkering en had zich op 11 april 2005 bij het CWI geregistreerd als werkzoekende. Deze registratie liep tot 30 juni 2005 en werd niet verlengd. Het Uwv ontdekte dit op 20 april 2006 en legde een korting van 20% op de uitkering op gedurende 42 weken en één dag. Na bezwaar matigde het Uwv de korting tot 10%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij niet was geïnformeerd over de noodzaak van verlenging en dat het Uwv te laat had gereageerd, waardoor de maatregel disproportioneel werd. De Raad oordeelde dat appellante wist of had kunnen weten dat de registratie beperkt geldig was en verlenging vereiste. Ook de werkbriefjes wezen hierop.
De Raad vond dat het Uwv voldoende rekening had gehouden met zijn eigen aandeel in de duur van de overtreding door de korting te matigen. De opgelegde maatregel was niet onevenredig. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De korting op de WW-uitkering wordt gematigd naar 10% gedurende 42 weken en één dag en blijft in stand.