ECLI:NL:CRVB:2008:BG6792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging maatregel wegens onvoldoende sollicitatie voorafgaand aan WW-uitkering
Appellant, geboren in 1960, was sinds 1999 arbeidsongeschikt en kreeg een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling werd zijn WAO-uitkering per 7 augustus 2006 ingetrokken en vroeg hij een WW-uitkering aan. Het UWV kende deze toe, maar legde een maatregel op wegens onvoldoende sollicitatie voorafgaand aan het werkloos worden.
De rechtbank matigde de maatregel van 20% naar 10% vanwege de re-integratieactiviteiten waarbij appellant mogelijk onvoldoende duidelijk was gemaakt dat ook vóór het intreden van de werkloosheid gesolliciteerd moest worden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet op de hoogte was van deze sollicitatieplicht en wees op een brochure en het re-integratieplan.
De Raad overweegt dat onbekendheid met de sollicitatieplicht geen bijzondere grond is om het verzuim te excuseren. Wel erkent de Raad dat appellant in het re-integratietraject intensief werd begeleid en dat het niet uitgesloten is dat hem niet duidelijk was dat sollicitatieactiviteiten ook vóór het intreden van de werkloosheid vereist waren. De Raad bevestigt daarom de matiging van de maatregel tot 10% gedurende 16 weken en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad bevestigt een maatregel van 10% gedurende 16 weken wegens onvoldoende sollicitatie voorafgaand aan WW-uitkering.