ECLI:NL:CRVB:2008:BG6935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand bij co-ouderschap en beoordeling bezwaar tegen besluiten gemeente Haarlem
Appellant, die algemene bijstand ontving als alleenstaande ouder, maakte bezwaar tegen besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Haarlem waarin de bijstand werd herzien op grond van co-ouderschap en feitelijk verblijf van het kind. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank de omvang van het geding te beperkt had opgevat en dat het College niet alle relevante besluiten en gegevens had betrokken bij de bezwaarafhandeling.
De Raad oordeelde dat het College onterecht uitsluitend was uitgegaan van eerder verstrekte gegevens en de wijziging in het verblijfspatroon van het kind niet had betrokken. De Raad bevestigde dat bij co-ouderschap de bijstand moet worden afgestemd naar rato van het verblijf, en dat het College bevoegd was de bijstand te herzien volgens de geldende normen. De bezwaren van appellant dat hij de volledige kosten droeg en geen co-ouder was, werden verworpen.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en de besluiten van 5 september 2006, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat de herziening van de bijstand in stand blijft. Tevens veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de herziening van de bijstand blijft in stand en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.