ECLI:NL:CRVB:2008:BG6940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand per 1 december 2004 wegens niet-inzenden inkomstenverklaring
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 14 februari 2005 werd de bijstand ingetrokken met ingang van 1 december 2004, omdat appellante de inkomstenverklaring over december 2004 niet had ingediend en niet had gereageerd op verzoeken van de sociale dienst. Dit besluit bevatte tevens een bezwaarclausule.
Appellante maakte bezwaar tegen een brief van 24 maart 2005, waarin het College mededeelde dat de beëindigingsdatum van de uitkering ongewijzigd bleef. De rechtbank verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de brief van 24 maart 2005 slechts een informatieve mededeling is en geen nieuw besluit. Het besluit van 14 februari 2005 is duidelijk en ondubbelzinnig in de intrekking van de bijstand en is rechtsgeldig genomen. De stelling van appellante dat zij het besluit niet had ontvangen wordt ongeloofwaardig geacht, mede omdat zij andere correspondentie wel heeft ontvangen en in de brief van 24 maart 2005 expliciet naar het besluit wordt verwezen.
Ook het argument dat verwarring zou zijn ontstaan door een besluit tot opschorting van de bijstand wordt verworpen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 december 2004 wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.