ECLI:NL:CRVB:2008:BG7215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verhuiskostenvergoeding wegens te late aanvraag niet gerechtvaardigd
Appellant, die door een val uit een tram beperkt is in zijn mobiliteit, verhuisde in oktober 2004 naar een woning met lift. Hij vroeg in februari 2005 een verhuiskostenvergoeding aan op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Het College wees de aanvraag af omdat deze na de verhuizing was ingediend, conform de Verordening voorzieningen gehandicapten (Vvg).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de uitspraak te laat was gedaan, maar de Raad oordeelde dat overschrijding van de uitspraaktermijn niet tot vernietiging leidt. De Raad stelde vast dat de noodzaak van verhuizing en de belemmeringen in de oude woning niet in geschil waren.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan zich normaal gesproken moet vergewissen van de situatie in de oude en nieuwe woning, maar dat toepassing van de termijn niet automatisch mag zijn. Het College had geen bijzondere omstandigheden erkend die strikte toepassing konden weerleggen.
De Raad concludeerde dat het besluit niet verenigbaar was met de zorgvuldigheidsnormen van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak. Vervolgens besloot de Raad zelf dat appellant recht heeft op een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten en dat het College het betaalde griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd en appellant krijgt een financiële tegemoetkoming toegekend.