ECLI:NL:CRVB:2008:BG7283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woonvoorziening en vergoeding voor verruiming zit/slaapkamer bij gehandicapte
Appellant, een gehandicapte met een incomplete dwarslaesie, vroeg een woningaanpassing aan in de vorm van een uitbreiding van de zit/slaapkamer, natte cel en keuken om zijn zelfstandigheid te vergroten. Het College kende een vergoeding toe voor een verruiming van 6 m² van de slaapkamer, maar wees een grotere uitbreiding af. De rechtbank vernietigde het besluit van het College wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Het College stelde zich op het standpunt dat appellant de veroorzaker van het ongeval moest aanspreken voor vergoeding en dat verhuizing geen voorkeur had. Diverse adviesbureaus (Argonaut, AZT, CIZ) adviseerden een verruiming van 6 m² als toereikend. Appellant wilde een grotere uitbreiding van 32 m² realiseren, maar dit werd afgewezen vanwege kosten en het ontbreken van een noodzakelijke ergonomische beperking.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep van het College niet-ontvankelijk was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de verruiming van 6 m² voldoet aan de criteria van de Wet voorzieningen gehandicapten en dat de wens van appellant om zelfstandiger te leven niet leidt tot een recht op een grotere woonvoorziening. Het College werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van het College wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd waarbij de vergoeding voor een verruiming van 6 m² van de slaapkamer toereikend is.