ECLI:NL:CRVB:2008:BG8094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellant, die sinds 1997 arbeidsongeschikt is wegens rug- en schouderklachten, kreeg in 1998 een WAO-uitkering toegekend. Het UWV herzag deze uitkering per 9 oktober 2005 en verlaagde deze aanzienlijk. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het nieuwe besluit van het UWV van november 2006 betrokken, waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en de uitkering werd aangepast naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelde dat de medische onderbouwing van het besluit juist was, maar dat de arbeidskundige motivering ontoereikend was.
De Raad stelde vast dat in verschillende functies de belastbaarheid van appellant werd overschreden, met name ten aanzien van staan en zitten, en dat de toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige onvoldoende was. Daarom vernietigde de Raad het besluit van november 2006 en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering is vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing en het UWV moet een nieuw besluit nemen.