ECLI:NL:CRVB:2008:BG8336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek zonder nieuwe beperkingen
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd het verlies aan verdienvermogen vastgesteld op slechts 2%, waarna het UWV de WAO-uitkering introk. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat niet alle beperkingen waren erkend, mede op basis van een brief van zijn psychiater.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking, maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarbij zij de medische en arbeidsdeskundige onderbouwing van het UWV onderschreef. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond geen objectief-medisch aanknopingspunt voor het aannemen van urenbeperkingen en onderschreef de verzekeringsarts dat het schrijven van de psychiater geen nieuwe feiten bevatte.
Ook het verzoek van appellant om een deskundige te benoemen werd afgewezen. De Raad achtte de passende functies waarop de schatting was gebaseerd voldoende toegelicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd na zorgvuldig medisch onderzoek zonder nieuwe beperkingen.