ECLI:NL:CRVB:2008:BG8366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, maar het College stelde na een huisbezoek vast dat hij niet op het opgegeven adres woonde, maar bij zijn ex-echtgenote, met wie hij een gezamenlijke huishouding voerde. Het College trok de bijstand per 1 mei 2005 in en vorderde de kosten van bijstand terug.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het ging om terugvordering van bijstand aan de ex-echtgenote, maar verklaarde het beroep verder ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant zijn hoofdverblijf niet op het opgegeven adres had, gelet op de leegstaande woning en de omstandigheden bij het huisbezoek.
De Raad stelt vast dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door onjuiste informatie te verstrekken, waardoor het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die van toepassing zijn om hiervan af te wijken. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellant wordt bevestigd wegens het niet hebben van hoofdverblijf op het opgegeven adres.