ECLI:NL:CRVB:2006:AY5143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-besluit over passende functies en psychische beperkingen
Betrokkene, sinds 1989 werkzaam als grondwerker, kreeg in 2001 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, gebaseerd op lichamelijke beperkingen. In bezwaar stelde betrokkene dat psychische beperkingen onterecht niet waren erkend en dat de geselecteerde functies niet passend waren, mede vanwege taalvereisten.
De bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige onderzochten betrokkene opnieuw en concludeerden dat de belastbaarheid adequaat was ingeschat en dat de meeste functies passend waren, behoudens twee functies die werden afgewezen. Het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en motivering, met name door het negeren van de visie van de behandelend psychiater. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de psychiater geen onderbouwing gaf voor beperkingen, en dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk was.
De Raad acht de geselecteerde functies passend en vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van het UWV gegrond en handhaaft het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.