ECLI:NL:CRVB:2008:BG8432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WW-dagloon ondanks uitbetaling overuren en vakantiebijslag na refertejaar
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn dagloon voor de berekening van de WW-uitkering. Het UWV had het dagloon vastgesteld op €138,03, gebaseerd op het loon genoten in het refertejaar van 1 januari 2006 tot 1 januari 2007. Appellant stelde dat bedragen voor overuren en vakantiebijslag, uitbetaald in januari en februari 2007 maar betrekking hebbend op arbeid in 2006, in het dagloon moesten worden meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het arbeidsurenverlies intreedt op het moment dat de werkzaamheden feitelijk worden gestaakt. De Regeling gelijkstelling niet gewerkte uren met gewerkte uren is niet van toepassing op de vaststelling van het arbeidsurenverlies.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en stelde vast dat het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen geen grondslag biedt om na het refertejaar uitbetaalde bedragen mee te nemen in het dagloon. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad benadrukte dat het dagloon correct was vastgesteld conform de wettelijke bepalingen en het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het dagloon van €138,03 wordt bevestigd als juist vastgesteld.