ECLI:NL:CRVB:2008:BG8542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om hem een WAO-uitkering toe te kennen per 18 juni 1996. Hij stelde dat het UWV zijn beperkingen ten onrechte had onderschat, met name vanwege psychische klachten die hij pas tijdens de bezwaarprocedure had gemeld.
De Raad overwoog dat appellant bij de aanvraag geen melding maakte van psychische klachten en dat het UWV zowel bij de aanvraag als tijdens bezwaar adequaat medisch onderzoek had verricht, inclusief aandacht voor de psyche. De medische rapportages boden geen aanknopingspunten voor het bestaan van een ziekte of gebrek op psychisch gebied.
Verder was niet gebleken dat er relevante medische informatie was die het UWV ten onrechte had nagelaten te achterhalen. De Raad zag geen reden voor het benoemen van een onafhankelijke medisch deskundige, ook niet gezien het tijdsverloop en het verlies van medische gegevens.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht werd bevestigd. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.