ECLI:NL:CRVB:2008:BG8575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak over wettelijke rente na late uitkering aan ambtenaar defensie
Appellant, werkzaam als tandarts bij het ministerie van Defensie, kreeg per 1 februari 1996 ontslag en werd aanvankelijk de uitkering op grond van het Ubad ontzegd vanwege gedragingen die aan eigen schuld werden toegerekend. Na diverse afwijzingen en het uitblijven van beslissingen op verzoeken om uitkering, werd uiteindelijk in 2004 de uitkering toegekend met nabetaling over 1996 en 1997.
Appellant vorderde wettelijke rente vanaf 1 februari 1996 over deze nabetaling, maar dit werd afgewezen omdat de late betaling niet aan de uitvoeringsorganisatie was toe te rekenen. Na bezwaar werd wettelijke rente toegekend vanaf 20 maart 2004, de datum waarop tijdige betaling had moeten plaatsvinden na ontvangst van het verzoek in januari 2004.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant niet tijdig heeft gehandeld om de nadelige gevolgen van het oorspronkelijke afwijzende besluit te voorkomen of ongedaan te maken. Daarom is het billijk dat wettelijke rente niet wordt toegekend over de periode vóór 1 april 2002. De eerdere uitspraak van de rechtbank Alkmaar wordt bevestigd.
De Raad wijst tevens proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 december 2008.
Uitkomst: Wettelijke rente wordt toegekend vanaf 1 april 2002, niet over de periode daarvoor.