ECLI:NL:CRVB:2008:BG8887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellant ontving vanaf 1 januari 2003 een WW-uitkering gebaseerd op 40 arbeidsuren per week, die werd beëindigd per 13 september 2004 wegens werkhervatting. Na een vermoeden van fraude stelde het Uwv een onderzoek in waaruit bleek dat appellant vanaf april 2003 werkzaamheden verrichtte voor twee werkgevers zonder deze op werkbriefjes te vermelden. Hierdoor werd het recht op uitkering herzien en onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd.
De rechtbank vernietigde een eerdere gedeeltelijke gegrondverklaring van bezwaar vanwege onvoldoende onderzoek door het Uwv naar inconsistenties in de verklaringen van appellant. Het Uwv herzag daarop het besluit en stelde de terugvordering vast op €17.543,51, gebaseerd op het laagste aantal opgegeven gewerkte uren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, stellende dat het Uwv mocht afgaan op de verklaring van appellant tegenover opsporingsfunctionarissen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het Uwv terecht de omvang van de werkzaamheden heeft geschat omdat appellant bewust geen melding maakte van zijn werkzaamheden. De verklaringen van getuigen leidden niet tot twijfel aan de eerste verklaring van appellant.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 december 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht een gedeeltelijke terugvordering van WW-uitkering ondergaat wegens niet gemelde werkzaamheden.