ECLI:NL:CRVB:2008:BG8889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens volledige hervatting werkzaamheden
Appellant ontving vanaf april 2001 een WW-uitkering en vanaf oktober 2002 een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Naar aanleiding van een onderzoek en frauderapport heeft het UWV bij besluiten van februari 2006 de WW-uitkering en toeslag over de periode van november 2001 tot april 2004 herzien en teruggevorderd wegens het feit dat appellant vanaf november 2001 in volle omvang werkzaamheden verrichtte.
De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet volledig werkzaam was en verwees naar toezeggingen van het UWV. De Raad oordeelde dat appellant ter zitting bevestigde vanaf november 2001 volledig te hebben gewerkt, waarmee het WW-recht per die datum volledig eindigde en hij geen aanspraak had op toeslag.
De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en wees de grieven van appellant af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering en toeslag wegens volledige hervatting van werkzaamheden vanaf november 2001.