ECLI:NL:CRVB:2008:BG8893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid ondanks Sociaal Plan
Betrokkene, geboren in 1946, was sinds 1972 in dienst bij zijn werkgever en werkte als System Engineer. In 2005 werd hem een voorstel gedaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een aanzienlijke ontbindingsvergoeding, welke hij accepteerde. De werkgever diende daarop een ontbindingsverzoek in bij de kantonrechter, die de arbeidsovereenkomst ontbond.
Betrokkene vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die aanvankelijk gedeeltelijk werd geweigerd vanwege de ontvangen vergoeding. Een latere aanvraag werd geheel geweigerd omdat betrokkene volgens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) verwijtbaar werkloos was, omdat hij geen beroep had gedaan op het ontslagverbod voor werknemers van 55 jaar of ouder zoals opgenomen in het Sociaal Plan van de werkgever.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat betrokkene geen rechten aan het Sociaal Plan kon ontlenen en vernietigde het besluit van het UWV. In hoger beroep stelde het UWV dat zowel werkgever als betrokkene uitgingen van toepassing van het Sociaal Plan, waardoor betrokkene had moeten proberen zich op het ontslagverbod te beroepen. De Raad concludeerde dat betrokkene verwijtbaar werkloos is omdat hij dit verweer niet heeft gevoerd, ondanks een overwegend positieve kans op slagen.
De Raad verwierp het beroep van betrokkene, vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de weigering van de WW-uitkering in stand.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd omdat betrokkene verwijtbaar werkloos is door het niet voeren van een beroep op het ontslagverbod in het Sociaal Plan.