ECLI:NL:CRVB:2008:BG8907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens lichtvaardig handelen bij aangaan nieuw dienstverband
Appellant was in dienst bij een betonvlechterbedrijf en nam ontslag vanwege lange reistijden en thuissituatie. Vervolgens trad hij in dienst bij een uitzendbureau op basis van een uitzendovereenkomst voor een project met onzekere duur. Het UWV weigerde de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, stellende dat appellant te lichtvaardig was geweest bij het beëindigen van zijn vorige dienstverband en het aangaan van de nieuwe uitzendovereenkomst.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, hoewel zij de reistijd iets lager inschatte, en oordeelde dat appellant onvoldoende zekerheid had over de duur van het nieuwe dienstverband. In hoger beroep stelde appellant dat de reistijden onverenigbaar waren met zijn thuissituatie en dat hij mocht vertrouwen op een langere duur van het project.
De Raad overwoog dat appellant redelijk handelde door pas zijn vorige dienstverband te beëindigen toen hij zekerheid had over het nieuwe werk. Wel was het aangaan van de uitzendovereenkomst met onzekerheid over de duur te lichtvaardig. Echter, dit verwijt kon niet in overwegende mate aan appellant worden toegerekend. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd, met een opdracht tot hernieuwde besluitvorming en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd omdat appellant niet in overwegende mate verwijtbaar heeft gehandeld.