ECLI:NL:CRVB:2008:BG9004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing overname achterstallig loon wegens onvoldoende onderzoek samenhang betalingsonmacht
Appellant was van april tot september 2005 in dienst bij een werkgever die in december 2005 failliet werd verklaard. Appellant verzocht het UWV om het achterstallige loon over te nemen op grond van de Werkloosheidswet (WW), maar dit verzoek werd afgewezen omdat de dienstbetrekking eindigde voordat de werkgever in een toestand van blijvende betalingsonmacht verkeerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er geen duidelijke samenhang was tussen het ontslag en de latere betalingsonmacht. Ook vond de rechtbank dat appellant onvoldoende voortvarend had gehandeld om zijn loonvorderingen te incasseren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de samenhang tussen het ontslag en de betalingsonmacht. Gezien de aanwijzingen uit de stukken had nader onderzoek moeten plaatsvinden. Het besluit en de uitspraak worden daarom vernietigd en het UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot afwijzing van het verzoek tot overname van achterstallig loon wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar samenhang.