ECLI:NL:CRVB:2008:BG9685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melden inkomsten uit arbeid
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en bijzondere bijstand voor reiskosten. Na een onderzoek van de sociale recherche, naar aanleiding van een melding dat appellante zich via internet aanbood als masseuse, stelde het College vast dat zij vanaf juni 2005 werkzaamheden verrichtte waaruit inkomsten werden genoten, zonder dit te melden.
Het College trok daarom de bijstand met ingang van 1 juni 2005 en de bijzondere bijstand vanaf 15 december 2005 in en vorderde de bijstandskosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het slechts hobbymatige activiteiten betrof en dat de inkomsten minimaal waren, waardoor terugvordering onredelijk zou zijn.
De Raad oordeelde dat de activiteiten niet hobbymatig waren gezien de wijze van presentatie op internet, de omvang van de activiteiten en de gegenereerde inkomsten. Appellante had de inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden. Omdat zij geen volledige administratie had bijgehouden, kon niet worden vastgesteld of zij recht op bijstand had. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het beleid van het College om slechts bij dringende redenen af te zien van intrekking en terugvordering werd als redelijk beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melden van inkomsten uit arbeid worden bevestigd.