ECLI:NL:CRVB:2008:BH0271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Geen overschrijding redelijke termijn en afwijzing schadevergoeding bij WW-uitkeringskorting
Appellante ontving een WW-uitkering die in 2003 werd verlaagd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten. Na bezwaar en beroep vernietigde de Raad eerdere besluiten wegens onvoldoende motivering. Het UWV nam een nieuw besluit waarin de maatregel werd ingetrokken en de ingehouden uitkering werd nagekomen.
Appellante stelde dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedures was overschreden en dat zij geestelijk letsel had opgelopen door de korting op haar uitkering, onder meer door een oplopende huurschuld.
De Raad oordeelde dat de totale procedure, inclusief twee rechterlijke instanties, een redelijke termijn betrof van circa vijf jaar en dat deze niet was overschreden. Daarnaast was het geestelijk letsel onvoldoende onderbouwd: er was geen professionele behandeling of onafhankelijke rapportage.
Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het beroep tegen het besluit van 20 maart 2008 werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 20 maart 2008 is ongegrond verklaard.