ECLI:NL:CRVB:2008:BH0516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijstand wegens te snelle intering vermogen
Appellant ontving sinds 1988 bijstand en verloor deze na ontvangst van een erfenis van ruim €18.000. Na heraanvraag kende het College bijstand toe, maar weigerde deze voor twee maanden omdat appellant te snel op zijn vermogen had ingeteerd. Het College rekende een deposito van €3.486,80 mee als vermogen en hield geen rekening met een schuld aan zijn zus en de kosten van een tweepersoonsbed.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Raad oordeelt dat het deposito niet uitsluitend bestemd was voor begrafeniskosten en dus als vermogen moet worden meegeteld. De schuld aan de zus werd terecht niet als schuld erkend. De berekening van de interingsperiode was juist, maar het College motiveerde onvoldoende waarom de maximale maatregel werd opgelegd terwijl de termijn van te snelle intering was bijgesteld van vier naar ruim twee maanden.
De Raad vernietigt het besluit voor zover het de weigering van bijstand voor twee maanden betreft en beveelt het College een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarbij acht de Raad een halvering van de maatregel passend. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Besluit weigering bijstand voor twee maanden wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering; nieuw besluit met lichtere maatregel wordt bevolen.