ECLI:NL:CRVB:2009:BG9129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek deskundigenoordeel door UWV is geen besluit in bestuursrechtelijke zin
Appellant verzocht het UWV op 28 september 2006 om een deskundigenoordeel vanwege een geschil met zijn werkgever over zijn geschiktheid voor eigen werk. Het UWV wees dit verzoek bij brief van 5 oktober 2006 af, met de mededeling dat geen sprake was van een geschil zoals bedoeld in de wet. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de brief wel als besluit moest worden aangemerkt, mede vanwege artikel 4:5 Awb Pro, en dat de rechtbank ten onrechte had aangegeven dat hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moest worden ingesteld. Tevens verzocht appellant om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad overwoog dat het verzoek van appellant aan het UWV kwalificeert als een verzoek als bedoeld in artikel 30 van Pro de Wet SUWI, maar dat de brief van 5 oktober 2006 geen besluit is omdat deze niet op rechtsgevolg is gericht. De Raad bevestigde dat de brief geen toepassing van artikel 4:5 Awb Pro inhoudt en dat bezwaar tegen een niet-besluit niet ontvankelijk kan zijn. De onjuiste vermelding over de bevoegde rechterlijke instantie was niet benadelend voor appellant. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het beroep niet gegrond werd verklaard en de redelijke termijn niet was overschreden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de afwijzing van het verzoek om een deskundigenoordeel geen besluit is en wijst het hoger beroep af.