ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing deskundigenoordeel wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Appellante heeft bij het UWV een verzoek ingediend voor een deskundigenoordeel vanwege een geschil over haar re-integratie-inspanningen. Het UWV heeft dit verzoek afgewezen omdat zij onvoldoende en niet geschikte re-integratie-inspanningen had verricht. Vervolgens heeft appellante bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief van 13 juli 2007 niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat het deskundigenoordeel en de afwijzing van een second opinion geen besluiten zijn waarop bezwaar en beroep mogelijk zijn. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het weigeren van een verzoek dat op wettelijke gronden is gebaseerd altijd als een besluit moet worden gezien, omdat het grote gevolgen heeft voor zowel werknemer als werkgever.
De Centrale Raad van Beroep heeft dit betoog verworpen en bevestigd dat de brief van 13 juli 2007 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Het verzoek van appellante is een verzoek om een deskundigenoordeel als bedoeld in artikel 30 van Pro de Wet SUWI, maar geen aanvraag om een besluit te nemen. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om een second opinion is terecht niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.