ECLI:NL:CRVB:2009:BG9810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste wooninformatie niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd
Appellant ontving bijstand vanaf 30 juni 2003. Naar aanleiding van een telefoongesprek in januari 2005 waarin appellant aangaf niet meer op het opgegeven adres te wonen, blokkeerde het dagelijks bestuur de uitbetaling vanaf 1 januari 2005. Na een onaangekondigd huisbezoek op 16 februari 2005, waarbij appellant afwezig was en een rapport werd opgesteld, werd de bijstand per 17 december 2004 ingetrokken en de kosten teruggevorderd.
Appellant betwistte de bevindingen van het huisbezoek, met name het ontbreken van persoonlijke spullen in zijn kamer. De Raad oordeelde dat het rapport niet op ambtseed was opgesteld, er geen ter plekke verslag was gemaakt en appellant niet aanwezig was om bevindingen te verifiëren. Hierdoor ontbraken voldoende waarborgen voor een juiste weergave van de situatie.
De telefonische mededeling van appellant alleen bood ook onvoldoende grondslag voor intrekking. Het dagelijks bestuur had nader onderzoek moeten verrichten, bijvoorbeeld door appellant te horen of een huisbezoek met zijn aanwezigheid. De Raad vernietigde het besluit tot intrekking en terugvordering, oordeelde dat het dagelijks bestuur schadevergoeding moet betalen wegens vertragingsschade en veroordeelde het dagelijks bestuur in de proceskosten.
Uitkomst: Besluit tot intrekking bijstand en terugvordering vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering; schadevergoeding en proceskosten toegewezen.